Thoracic Outlet Syndroom

Schoudergordelsyndroom, neurovasculair compressie syndroom

Wat is het Thoracic Outlet Syndroom?

Het thoracic outlet syndroom(TOS) is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de vaatzenuwbundel in het schoudergebied bekneld is geraakt. Deze bundel is het verzamelpunt waar bloedvaten en zenuwen samenkomen en kan op drie verschillende plaatsen onder druk komen te staan. Deze beknelling/compressie ontstaat ter hoogte van het bovenste halsgedeelte en de borst, meer in het specifiek: tussen de spieren van de nek, de ruimte tussen het sleutelbeen en de eerste rib of de oksel.

Wat zijn tekens & symptomen?

De klachten zijn afhankelijk van de structuren die onder compressie komen te staan. Bij 90% van de patiënten is deze blessure het gevolg van compressie op de armzenuwen. De andere groep van 10% wordt veroorzaakt door afwijkingen in het bloedvatenstelsel.
De beknelling van de vaatzenuwbundel zorgt voor typische klachten, zoals schouderpijn die uitstraalt naar de arm, hand en soms zelfs naar de nek en het achterhoofd. Soms heeft men last van het verlies van spiercontrole (fijne motoriek) en kan men bovenhands minder kracht leveren. Ook kan men last hebben van een slapend gevoel en/of tintelingen in de arm of de hand.
Wanneer de slagader onder compressie staat kan dit resulteren in het hebben van een koud gevoel in de arm en een bleke huid. Wanneer voornamelijk de ader onder compressie staat kan dit zich presenteren in een blauwe verkleuring van de hand en een gespannen gevoel van de arm.

Oorzakelijke factoren in het ontwikkelen van deze blessure kunnen overgewicht of zware gespierdheid zijn. Deze aandoening heeft een verhouding van 4:1 van vrouwen t.ov. mannen en kan zowel plotseling ontstaan als gevolg van een ongeval, als gradueel door langdurig een verkeerde houding aannemen. Deze verkeerde houding kan het gevolg zijn van werkomstandigheden, zoals langdurig typen in een verkeerde houding of langdurige werken met de armen hoger dan de schouder. Deze houdingen zorgen ervoor dat de ruimte waar de vaatbundel doorheen loopt vernauwt en kan leiden tot klachten. Daarnaast kan dit ook leiden tot een slijmbeursontsteking van de schouder en het schouder impingement.
Daarbij mag niet vergeten worden dat de anatomie/bouw van elk mens verschilt. Sommige mensen hebben extra ribben in de hals of een vervorming van de 1ste rib. Deze anatomische verschillen kunnen leiden tot TOS, doordat de ruimte rondom de vaatzenuwbundel structureel is vernauwd.

De diagnose is moeilijk te stellen. Dit voornamelijk omdat er geen objectieve criteria bestaan waarmee deze aandoening kan worden aangetoond. Het kan alleen worden vastgesteld op basis van de anamnese (het verhaal dat de patiënt verteld over zijn klacht) en het klinische onderzoek van de fysiotherapeut en/of arts. De aandoening is dus niet meetbaar met laboratoriumtests etc. Wanneer er sprake is van een (zeldzame) complicatie van het bloedvatenstelsel kunnen vaatfoto's wel nuttig zijn.

Hoe wordt het behandeld?

De behandeling is in de eerste fase voornamelijk gericht op de houding van de patiënt. Hierbij kunnen houding corrigerende oefeningen en oefentherapie een hoeksteen vormen. Ook kan de focus worden gelegd op het bevorderen van de bewegelijkheid van de schouder.

Wanneer de conservatieve therapie niet genoeg resultaat geeft en er geen anatomische afwijking aanwezig is, kan de arts besluiten om operatief in te grijpen. Een operatie wordt echter pas overwogen wanneer de pijn het bewegen ernstig belemmerd. Tijdens de operatie wordt de 1e rib verwijderd, zodat de vaatzenuwbundel minder onder compressie komt te staan.

Een operatie is echter geen wondermiddel, vaak komen de klachten na de operatie terug en kunnen ze zelfs in ergere mate aanwezig zijn. Andere risico's van de operatie kunnen zijn: verkeerde diagnose (er is geen TOS aanwezig), beschadiging aan de zenuwen, achterblijven van een deel van de rib, verlittekening (kan compressie gaan veroorzaken) en achtergebleven beenvlies.

Bewegen is geen contra-indicatie voor patiënten met TOS. Bij hevige pijnklachten en bewegingsbeperking van het schoudergewricht kunnen sommige werkzaamheden echter moeilijk zijn. Het is over het algemeen beter om aan het werk te blijven en de werkzaamheden tijdelijk aan te passen. Overleg tussen de fysiotherapeut, leidinggevende en/of bedrijfsarts kan hier een essentiële rol in spelen.