Adductoren tendinopathie

Adductoren tendinitis, Adductor tendinose, Lies tendinitis, Adductoren insertie tendinopathie

Wat is adductoren tendinopathie?

Liesklachten worden vaak veroorzaakt door een adductoren tendinopathie. Dit is een overbelastingsletsel van de adductorenpees. Deze aandoening wordt gekarakteriseerd door weefselschade en soms zwelling in de pees ter hoogte van de oorsprong van de pees op het bekken. Dit resulteert in pijn in de liesregio.

De spieren aan de binnenkant van het bovenbeen worden de adductoren genoemd. Deze spieren lopen van de pelvis (origo) naar het bovenste deel van het scheenbeen en het onderste deel van het bovenbeen.

De adductoren zorgen voor het stabiliseren van de pelvis en bewegen het been naar de middenlijn van het lichaam (adductie). Deze spieren zijn voornamelijk actief tijdens rennen (voornamelijk bij het veranderen van richting) en schoppen. Wanneer de spieren samentrekken komt de pees onder spanning te staan. Wanneer deze pees vaak onder spanning staat, door veel herhalingen of door een grote kracht, kan er schade aan de pees ontstaan. Adductoren origo tendinopathie is een aandoening waarbij er schade is met navolgend degeneratie en soms zwelling aan de pees.

Wat zijn de oorzaken?

Het ontstaat meestal door herhaalde of langdurige activiteiten die de adductorenpees veel belasten. Dit komt typisch voor bij overmatig schoppen, rennen of veranderen van richting.

Soms, kan deze aandoening zich ook plotseling ontwikkelen. Dit komt dan meestal doordat er plots een grotere kracht van de adductorenpees wordt gevraagd, dan dat deze aankan. Deze situatie doet zich meestal voor wanneer de spier zich in een stretch positie bevindt, tijdens plotse versnellingen tijdens het rennen of bij een lange trap in de voetbalsport.

Adductoren tendinopathie komt veel voor in de rensport, zoals: voetbal, hockey, sprinten, hordelopen en ver springen. Ook komt deze aandoening veel voor bij het skiën, paardrijden en gymnastiek. Personen kunnen deze aandoening ontwikkelen navolgend aan een inadequate behandeling van een acuut liesletsel.

Wat zijn tekens & symptomen?

Personen met een adductoren origo tendinopathie voelen typisch graduele pijnklachten in de lies. Ook is de adductorenpees erg gevoelig voor druk ter hoogte van de aanhechting op de pelvis. De pijn kan toenemen wanneer men de benen tegen elkaar duwt of wanneer men het been weg beweegt van de middenlijn (abductie).Bij minder ernstige gevallen zal een persoon met een adductoren tendinopathie weinig pijn ervaren, maar voornamelijk last hebben van een stijfgevoel in de liesregio. Deze klachten nemen toe tijdens de rust NA activiteiten die veel/sterke activiteit van de adductoren vereisen. Deze activiteiten kunnen bijvoorbeeld zijn: rennen, veranderen van richting en trappen. De pijn geassocieerd met deze aandoening kan opwarmen met activiteit in de begin fase van het letsel.

Wanneer de aandoening langer aanwezig is, verandert vaak het beeld en ervaart de persoon voornamelijk klachten/toename van de klachten tijdens sport en activiteiten. Bij ernstige gevallen kan het zijn dat de persoon niet in staat is om zijn activiteit af te maken en kan hij mank lopen als gevolg van de pijn.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Gewoonlijk is een anamnese(het typische verhaal dat de patiënt verteld over zijn klacht) in combinatie met een klinisch onderzoek van de fysiotherapeut, voldoende om tot de diagnose 'tendinopathie' te komen. Verdere onderzoek zoals een CT scan, MRI scan, RX scan of Ultrasound kan in sommige gevallen bijdrage aan het bevestigen van de diagnose, het vaststellen van de ernst van de aandoening en het uitsluiten van andere oorzaken.

Wat is de prognose?

De meeste personen met een adductoren origo tendinopathie genezen goed met adequatefysiotherapie en kunnen binnen een aantal weken weer normaal functioneren. Indien deze aandoening echter al een langere periode aanwezig is, kan de revalidatie maanden in beslag nemen. Vroege fysiotherapeutische interventie is erg belangrijk voor een snel herstel.

Welke factoren kunnen bijdrage tot het ontwikkelen van deze blessure?

Er zijn verschillende factoren die personen gevoelig maken voor het ontwikkelen van een tendinopathie. Deze factoren worden door de fysiotherapeut vastgesteld en gecorrigeerd. Sommige van deze factoren bevatten:

  • Gewricht stijfheid (voornamelijk de heup, onderrug en knie)
  • Verkorte spieren (voornamelijk de adductoren, heupbuigers, hamstrings en bilspieren)
  • Verkeerde of te zware training
  • Slechte biomechanica
  • Inadequate warming up
  • Veranderingen in training ondergrond
  • Slechte houding
  • Slechte voetstatiek (bijvoorbeeld plat voeten)
  • Slecht schoeisel
  • Inadequate fitness
  • Vermoeidheid
  • Neurale verstrakking
  • Spierdisbalans
  • Overgewicht
  • Inadequate rustperioden tussen de sportsessies
  • Spierzwakte (voornamelijk de adductoren, core-stabilisatoren en bilspieren)
  • Slechte pelvis- of core-stabiliteit
  • Inadequate revalidatie na een eerdere adductoren blessure

Welke fysiotherapeutische behandeling wordt er toegepast?

Fysiotherapeutische behandeling van personen met deze aandoening is noodzakelijk voor een snel herstelproces, optimale uitkomst en om de kans op het opnieuw optreden van de aandoening te verminderen. De fysiotherapeutische behandeling kan bestaan uit:

  • Weke delen massage (soft-tissue)
  • Elektrotherapie (bijv. Ultrasound)
  • Stretchen
  • Medical taping of easytaping
  • Gewricht mobilisatie (voornamelijk de heup en onderrug)
  • ijs of warmte therapie
  • Progressieve oefeningen om flexibiliteit, kracht, balans, pelvis stabiliteit en core-stabiliteit te bevorderen
  • Advies
  • Biomechanische correctie
  • Training en activiteit aanpassingen
  • Pilates
  • Hydrotherapie
  • Schoeisel advies
  • Graduele opbouw van loopactiviteiten (o.b.v. een loopschema met versnellen en vertragen)

Welke andere behandeling bestaat er?

Indien de fysiotherapeutische behandeling niet aanslaat kan de fysiotherapeut in overleg, uw huisarts contacteren om zo de verdere richting van de behandeling te bepalen. Dit kan verder onderzoek inhouden, zoals: Röntgenfoto's, echografie, CT scans of een MRI. Of een ander soort behandeling, zoals: medicatie, corticosteroïden injectie of verwijzing naar een gespecialiseerde arts. Ook kan een patiënt worden doorverwezen naar een podotherapeut, om de stand van de voeten aan te passen. In uiterst zeldzame gevallen kan chirurgische interventie overwogen worden.